Ministry of Knits begint bij het schaap. Welk ras, welke boer, welke streek, welk seizoen. Dat bepaalt wat het garen wordt.
Het onderzoek
Ministry of Knits begint bij het schaap. Welk ras, welke boer, welke streek, welk seizoen. Dat bepaalt wat het garen wordt.
De meeste wol op de Nederlandse markt komt van ver. Uit Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Amerika. Getransporteerd naar China en daar verwerkt in fabrieken die je niet zomaar binnenstapt.
Nederland telt ruim een miljoen schapen. Hun wol wordt soms verwerkt tot vilt of bemestingskorrels, voor weinig geld geëxporteerd of weggegooid. Daar begint mijn onderzoek.
Ministry of Knits werkt met vachten van Nederlandse schapen. Per ras, per
boer, per kudde. Ik onderzoek de verschillen in vezel, kwaliteit en karakter.
Wat het schaap dat jaar heeft opgebracht, dát wordt het garen.
5 rassen - 3 garens
Nathalie werkt samen met schapenhouders door heel Nederland. Als er geschoren wordt, staat ze erbij.
Daarna begint het echte werk. Ze sorteert de vachten, legt ze naast elkaar, kiest. Welk ras brengt zachtheid, welk ras geeft stevigheid?
Uit die keuzes ontstaan haar samenstellingen. Soms mengt ze de kleuren uit wat de schapen dragen, soms krijgt het garen kleur in een OEKO-TEX®-gecertificeerde ververij.
Geen twee partijen zijn hetzelfde
Iconische Hollandse wol.
Op Texel werd de Texelaar
gehouden voor wol, melk en vlees. Wol leverde ooit veel op, maar tegenwoordig
draait het hoofdzakelijk om vlees. Daardoor is er nog altijd volop Texelaarwol
beschikbaar, al is de economische waarde ervan naar de achtergrond verdwenen.
Klassiek heeft de Texelaar een witte vacht, maar het ras kent ook twee bijzondere kleurvarianten:
Blauwe Texelaar:
Zwarte en witte wolvezels mengen zich tot een natuurlijk gemêleerd grijs. Afhankelijk van de verhouding varieert de wol van licht- tot donkergrijs, soms
met een karakteristieke blauwgrijze gloed.
Dassenkop:
Van nature donkere, vaak diepzwarte wol met witte partijen aan buik en onderzijde.
Dit sterke contrast geeft de herkenbare tekening.
De Texelaar levert veel wol met sterke, lange vezels. De grove, natuurlijke kroezing zorgt voor uitzonderlijke veerkracht, elasticiteit en volume. Dat maakt het de ideale keuze voor stoere, warme truien die perfect in model blijven.
Ontwikkeld voor de vleesproductie, maar met verrassend fijne wol.
De Flevolander dankt zijn naam aan de provincie waar dit Nederlandse schapenras in de jaren zeventig ontstond. Het ras werd ontwikkeld voor de vleesproductie en staat bekend om zijn hoge vruchtbaarheid. Een schaap dat uitblinkt in lammeren, met wol die het ontdekken waard is.
De Flevolander levert relatief fijne, lange vezels met een mooie natuurlijke kroezing en glans. De wol kan zacht aanvoelen, al verschilt de kwaliteit per dier en kudde. De witte kleur vormt een lichte, neutrale basis voor zachte, soepele garens.
(foto door Manon Hees)
Poll Dorset
De Poll Dorset is een van oorsprong Australisch schapenras dat ook in Nederland wordt gehouden. Het ras wordt vooral gehouden voor de vleesproductie en behoort tot de zogenaamde Down-rassen, die bekendstaan om hun specifieke type wol.
De Poll Dorset levert typische Downwol: doorgaans zacht, veerkrachtig en volumineus. De vezels zijn relatief kort met een fijnere kroezing dan veel grovere wolsoorten. Dit maakt de wol uitermate geschikt voor comfortabele kleding, zoals warme truien en breisels die hun volume en vorm uitstekend behouden.
De Merino komt van oorsprong niet uit
Nederland, maar voelt zich in de Zeeuwse polder helemaal thuis. Sinds 2005 wordt er in Zeeuws‑Vlaanderen met passie gewerkt aan een kudde waar wól echt vooropstaat. Dat zie je terug in alles: kruidenrijke weiden, precies getimed en vakkundig scheren, én het zorgvuldig sorteren van de wol.
De mooiste wol wordt versponnen tot
glad en soepel kamgaren. De kortere vezels worden gekaard tot een vol, luchtig kaardgaren (zoals ons Trix-garen) met een warm, natuurlijk karakter.
De Nederlandse Merinowol is de allerfijnste wol van alle schapenrassen. De helderwitte vezels hebben een duidelijke, regelmatige kroezing die zorgt voor elasticiteit en vormvastheid. Het resultaat is extreem zachte, soepele kleding die heerlijk kriebelvrij draagt.
Nederlandse Alpaca
Van oorsprong komt de alpaca uit het Zuid-Amerikaanse Andesgebergte, maar ook op de Nederlandse weiden voelt dit dier zich uitstekend thuis. In Nederland wordt met name het Huacaya-ras hobbymatig gehouden door liefhebbers die zich richten op de fok.
Wat de alpaca echt uniek maakt, is de rijkdom aan
natuurlijke tinten. Met maar liefst 22 erkende kleurschakeringen — van
helderwit en warm biscuit tot bay black en true black — is verven
niet eens nodig.
Alpacavezel is een van de meest luxe natuurvezels ter wereld. Door de holle structuur is de wol vederlicht, maar extreem warm. Doordat alpacawol van nature geen wolvet (lanoline) bevat, voelt het zijdezacht aan en is het kriebelvrij én hypoallergeen.
Vroeger werd een schaap één keer per jaar geschoren. Nu gebeurt het vaker. Wanneer, hoe en door wie maakt verschil.
Niet alle wol van één schaap is gelijk. Door zorgvuldig te sorteren krijgt elke kwaliteit een bestemming en verdwijnt er minder in de afvalbak.
Een wasserij in Italië, een ververij in Spanje, soms een kleine traditionele spinnerij vlakbij. Per partij kiezen we wat past.
Verven:
Soms is verven niet nodig. En als het wél nodig is? Dan in een OEKO-TEX®-gecertificeerde ververij, zo dicht mogelijk bij de rest van het proces.
Nederlandse Alpaca
Nederlandse Merino wol
Nederlandse Schaap